Wet DBA in 2026: wat opdrachtgevers en zzp’ers nu moeten weten

Inzichten  /  Regelgeving

Wet DBA in 2026: handhaving, modelovereenkomsten, en de actuele status van VBAR.

Een actuele briefing over de Wet DBA, het handhavingsregime van de Belastingdienst in 2026 en het rechtsvermoeden op basis van uurtarief dat inmiddels door beide Kamers is aangenomen en op 31 december 2026 in werking treedt.

Smarter SearchGepubliceerd 7 april 20268 min leestijd

In het kort

  • De Wet DBA blijft het geldende kader; handhaving is hervat per 1 januari 2025.
  • Per 1 januari 2026 kan de Belastingdienst weer vergrijpboetes opleggen; verzuimboetes worden in 2026 nog niet opgelegd.
  • Goedgekeurde modelovereenkomsten die geldig waren op 6 september 2024 mogen worden gebruikt tot en met 31 december 2029, mits de dagelijkse praktijk overeenkomt met de overeenkomst.
  • Het Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026 beschrijft de gedeeltelijke verlenging van de zachte landing en de inrichting van toezicht en handhaving.
  • Het verduidelijkingsdeel van VBAR is geschrapt; wat overblijft is een rechtsvermoeden van een dienstverband op basis van uurtarief.
  • Nieuw: het wetsvoorstel voor het rechtsvermoeden op uurtarief (36783) is op 21 april 2026 aangenomen door de Tweede Kamer en op 16 juni 2026 door de Eerste Kamer. Het inwerkingtredingsbesluit is op 15 juli 2026 in het Staatsblad gepubliceerd, en de wet treedt in werking op 31 december 2026.
  • Daarnaast bereidt het kabinet een toekomstige Zelfstandigenwet voor, die vooralsnog gepland staat om op 1 januari 2028 in werking te treden.

De Wet DBA is in 2026 opnieuw een actueel onderwerp. Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer volgens de normale regels. In 2026 verandert vooral het boeteregime, en het handhavingskader is nader uitgewerkt in het Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026. Daarnaast is het wetgevingstraject rondom VBAR versmald tot een rechtsvermoeden van een dienstverband op basis van uurtarief, een wetsvoorstel dat inmiddels zijn volledige parlementaire behandeling heeft doorlopen.

Voor organisaties die in Nederland zelfstandige professionals inhuren is de praktische vraag verschoven van ‘welk contract tekenen we?’ naar ‘hoe ziet de dagelijkse samenwerking eruit, en kunnen we dat onderbouwen?’. Daarmee is het onderwerp operationeel, commercieel en reputationeel, niet alleen juridisch.

Wat regelt de Wet DBA

De Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) geldt sinds 1 mei 2016 en gaat over de grens tussen werken als zelfstandige en werken in dienstbetrekking. Opdrachtgever en opdrachtnemer dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid om te voorkomen dat een opdracht in feite een dienstverband is.

Het is dus niet voldoende om iemand ‘zzp’er’ te noemen, facturen uit te wisselen of een overeenkomst van opdracht te tekenen. De feitelijke werkwijze moet de gekozen vorm ondersteunen.

Handhaving in 2026

De Belastingdienst geeft aan dat sinds 1 januari 2025 weer volgens de normale regels wordt gehandhaafd. Als schijnzelfstandigheid wordt vastgesteld, kan direct worden gecorrigeerd en kunnen naheffingsaanslagen loonheffingen volgen. In 2025 werden geen verzuim- en vergrijpboetes opgelegd. Vanaf 1 januari 2026 kunnen vergrijpboetes weer worden opgelegd, terwijl verzuimboetes in 2026 nog niet worden opgelegd.

Ook zonder boete kan een naheffingsaanslag commercieel zwaar wegen. Voor veel organisaties verschuift het gesprek van ‘welk contract tekenen we’ naar ‘hoe ziet de samenwerking er feitelijk uit, en kunnen we dat onderbouwen’.

Praktische implicatieDe kernvraag is niet langer welk papier er wordt getekend, maar of de feitelijke werkwijze de gekozen vorm onderbouwt, en of dat aantoonbaar is.

Hoe wordt zelfstandigheid beoordeeld

In toezicht en jurisprudentie staat de feitelijke uitvoering centraal: gezag en aansturing, inbedding in de organisatie, ondernemersrisico en extern ondernemerschap. In de Uber/FNV-prejudiciële beslissing heeft de Hoge Raad bevestigd dat extern ondernemerschap relevant kan zijn bij de kwalificatie van de arbeidsrelatie, en dat omstandigheden buiten de directe relatie mee kunnen wegen.

Voor organisaties betekent dit dat er geen sluiproute is. De relatie moet als geheel kloppen: scope, deliverables, autonomie, vervanging, facturatie, tools en feitelijk ondernemerschap moeten dezelfde kant op wijzen.

Webmodule

De Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie kan voor opdrachtgevers helpen om vooraf een indicatie te krijgen. De uitkomst is niet bindend. Bij situaties met tussenkomst is in de officiële FAQ opgenomen dat de webmodule niet bedoeld is voor de feitelijke werkverschaffer.

Modelovereenkomsten

De Belastingdienst beoordeelt geen nieuwe modelovereenkomsten meer. Bestaande goedgekeurde modelovereenkomsten die geldig waren op 6 september 2024 mogen nog worden gebruikt tot en met 31 december 2029, maar geven alleen zekerheid als er daadwerkelijk wordt gewerkt conform de overeenkomst.

Een modelovereenkomst is geen schild. In de Nederlandse praktijk biedt zij alleen comfort als de dagelijkse werkwijze exact overeenkomt met het papier.

Het rechtsvermoeden op uurtarief (VBAR): de actuele stand van zaken

Op 6 maart 2026 bevestigde het kabinet dat het verduidelijkingsdeel van VBAR was geschrapt, omdat het te veel onrust in de markt veroorzaakte. Wat overbleef is een smaller wetsvoorstel (36783): een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief.

Dat wetsvoorstel heeft inmiddels zijn hele behandeling doorlopen. De Tweede Kamer nam het op 21 april 2026 aan en de Eerste Kamer op 16 juni 2026 (alleen FVD stemde tegen). Het inwerkingtredingsbesluit (koninklijk besluit) is op 15 juli 2026 in het Staatsblad gepubliceerd, waarmee de wet op 31 december 2026 in werking treedt.

In de kern: een werkende die onder een bepaald uurtarief wordt betaald, in de wandelgangen €38 per uur (peildatum 1 januari 2026), waarbij het precieze bedrag bij ministeriële regeling wordt vastgesteld en wordt geïndexeerd aan de cao-loonontwikkeling, kan zich beroepen op het vermoeden dat de relatie een arbeidsovereenkomst is. De opdrachtgever moet dan bewijzen dat dat niet zo is. Lukt dat niet, dan heeft de werkende recht op de bescherming van een werknemer, waaronder loondoorbetaling bij ziekte en ontslagbescherming. Zodra de wet in werking is, kan een laagbetaalde opdrachtnemer zich ook in een lopende opdracht op het vermoeden beroepen, niet alleen in nieuw gesloten opdrachten, waardoor dit een actueel vraagstuk is voor de huidige bezetting en niet alleen voor toekomstige inhuur.

Daarnaast ontwikkelt het kabinet een toekomstige Zelfstandigenwet als het langere-termijnkader voor de beoordeling van zelfstandigheid. De internetconsultatie sloot medio 2025; een wetsvoorstel is nog niet ingediend bij de Tweede Kamer, en de beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2028.

Praktische implicatieMet een vaste ingangsdatum van 31 december 2026 is het rechtsvermoeden geen ‘afwachten’ meer. Tarieven onder ongeveer €38 per uur vormen de duidelijkste blootstelling; breng die opdrachten nu in kaart en beslis per rol of u herstructureert, het tarief aanpast of omzet naar een dienstverband.

Praktische checklist voor opdrachtgevers

  • Leg de opdracht vast in business-termen: scope, deliverables, milestones, doorlooptijd en acceptatiecriteria.
  • Toets of de praktijk klopt met de gekozen vorm: autonomie, aansturing, planning/roostering, vervanging, tools, exclusiviteit en ondernemersrisico.
  • Breng uw populatie opdrachtnemers in kaart ten opzichte van het drempeltarief van het rechtsvermoeden, ruim vóór 31 december 2026, en beslis per rol of u herstructureert, het tarief aanpast of omzet naar een dienstverband.
  • Herbeoordeel bij verlenging of scope-wijziging, zeker als de opdracht op een lijnrol gaat lijken.
  • Dossier op orde: contract/SoW, kwalificatienotitie, facturen en bewijs van de feitelijke werkwijze.

Praktische checklist voor zzp’ers

  • Maak ondernemerschap zichtbaar: eigen voorwaarden, portfolio, marktprofiel, meerdere opdrachtgevers waar mogelijk, commercieel risico.
  • Vermijd constructies die lijken op een vaste lijnfunctie met structurele hiërarchische aansturing.
  • Zorg dat tarief, facturatie, vervanging en werkwijze één consistent verhaal vertellen.

Voorbeeldjurisprudentie

Rechtspraak blijft sterk feitelijk, en 2026 heeft uitspraken in beide richtingen opgeleverd, wat precies laat zien waarom dossier en feitelijke werkwijze ertoe doen.

De belangrijkste recente uitspraak is het Temper-arrest. Op 16 juni 2026 oordeelde het Gerechtshof Amsterdam dat werkers die via het platform Temper werken uitzendkrachten zijn, waarmee het het vonnis van de rechtbank Amsterdam uit 2024 in de door FNV en CNV aangespannen zaak vernietigde. Aan de hand van de negen gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad keek het hof door de ‘zelfstandigen’-presentatie van het platform heen naar hoe de samenwerking feitelijk verliep: werving en selectie, app-gestuurde toegang tot opdrachten, kwaliteitseisen en de bevoegdheid om werkers te verwijderen. Het gevolg is verstrekkend: de CAO voor Uitzendkrachten en de normale werkgeversverplichtingen zijn van toepassing. Temper kan nog cassatie instellen bij de Hoge Raad.

Ter contrast, en illustratief voor het feit dat de uitkomst afhangt van de feiten, kwalificeerde de rechtbank Zeeland-West-Brabant (17 maart 2026) een andere constructie in dat specifieke geval als overeenkomst van opdracht.

Tot slot

De Nederlandse markt beweegt niet richting een verbod op zelfstandig werk, maar wel naar een scherpere scheiding tussen echt ondernemerschap en verkapt dienstverband. Met actieve handhaving, een rechtsvermoeden op uurtarief dat nu vaststaat op 31 december 2026 en een Zelfstandigenwet in het verschiet voor 2028, wordt die scheiding steviger en sneller getrokken.

Voor opdrachtgevers van Smarter Search is de praktische conclusie helder: de sterkste zzp-constructies zijn die waar commerciële logica, dossier en feitelijke werkwijze samenvallen. Dat is de standaard die telt, in audits, in geschillen en in de bestuurskamer.

Het Smarter Search-perspectief

Hulp nodig bij het inrichten van compliant zzp-inhuur in Nederland? Smarter Search ondersteunt bij sourcing, kwalificatie van opdrachtnemers en audit-ready dossiervorming.

Officiële bronnen

Belastingdienst — Handhaving arbeidsrelaties Belastingdienst — Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026 Belastingdienst — Geen nieuwe modelovereenkomsten meer Rijksoverheid — Kabinet kiest voor meer rust en duidelijkheid (6 mrt 2026) Rijksoverheid — Vanaf 1 januari 2025 volledige handhaving (6 sep 2024) Wetten.overheid.nl — Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (BWBR0037602) Ondernemersplein — Webmodule beoordeling arbeidsrelatie Ondernemersplein — FAQ webmodule (tussenkomst) Tweede Kamer — Plenair debat 36783 (15 apr 2026) Tweede Kamer — Eindtekst 36783 (23 apr 2026) Eerste Kamer — Dossier 36.783 (aangenomen 16 juni 2026; inwerkingtreding 31 december 2026) Staatsblad 2026, 158 — Wet invoering rechtsvermoeden uurtarief (29 juni 2026) Rechtspraak / Hof Amsterdam — Temper (16 jun 2026), ECLI:NL:GHAMS:2026:1612 Hoge Raad — nieuwsbericht (21 feb 2025) Rechtspraak — ECLI:NL:HR:2025:319 Rechtspraak — ECLI:NL:RBZWB:2026:1391 Rijksoverheid / internetconsultatie — Zelfstandigenwet (gepland 1 jan 2028)

Dit artikel is gebaseerd op officiële publieke bronnen die beschikbaar waren op 22 juli 2026. Het is een visiestuk en vormt geen juridisch of fiscaal advies. Raadpleeg uw belastingadviseur en arbeidsjurist voordat u bestaande opdrachten herstructureert.